Tuin 1

Hieronder de plattegrond van het eerste deel van onze historische tuin

Museum en
parkeerplaats
Begin van de
wandeling
Tuindersschuur
Kruidentuin en Boomgaard
Oude Tuin
Bessenhoek
Rachelschuur
Tuinmuur
Lessenaar
Kopkas


Museum en Parkeerplaats


Begin van de wandeling

De historische tuin is vanuit het museum te bereiken via een boogbruggetje. Dergelijke bruggetjes lagen er vroeger veel in het Westland omdat de meeste tuinen aan het water gelegen waren. Ze waren zo gebouwd dat er op het hoogste punt beladen tuindersschuiten op weg naar de veiling onder door konden.

Houten Schuur

De houten schuur is geteerd en bedekt met rode oud-Hollandse dakpannen. Als u naar de toegangsdeur loopt en naar boven kijkt ziet u in de nok van de schuur de bel hangen. Hiermee kon men vroeger het 'werkvolk' dat in de tuin bezig was roepen als de 'schaft' ('t nuttigen van het van huis meegenomen brood) was aangebroken. De bel werd tevens gebruikt om begin- en eindtijd van het werk aan te geven.Achterin de schuur bevindt zich de schaftkeet. Verder kan men in deze schuur allerlei werktuigen zien die nodig waren op de tuin: kruiwagens, berries, emmers, gieters, schoffels en dergelijke. Ook zijn er diverse sorteerapparaten te zien, bijvoorbeeld voor tomaten. Door een brede schuifdeur kon de tuinder zijn producten naar de schuit brengen.

De zuidkant van de schuur is de warmste kant en die werd in vroeger dagen niet ongebruikt gelaten. Hier zien we dan ook peren groeien van het ras ‘Doyenne du Comice’.

Kruidentuin en Boomgaard

Op de buitenplaatsen werden kruiden geteeld die in de keuken gebruikt werden om het eten meer smaak te geven. Ook bij de boerderijen en tuinderijen kweekte men kruiden. Dat waren vaak ook soorten met een geneeskrachtige werking voor toepassing bij allerlei lichamelijke kwalen en ongemakken. Na de kruidentuin begint het appellaantje, waarlangs een aantal ouderwetse hoogstam-appelbomen staan, zoalsde Dubbele Zoete Aagt, de Jonathan, de Dubbele Bellefleur en de Winston.

Het appellaantje loopt rechtdoor langs de sloot achterlangs de fruitmuur. Daar staan onder andere enkele zomerappels, zoals de Summerred en de Sweet Carolina. Als u doorloopt komt u bij het varkenshok. Vroeger hield elke tuinder varkens. Ze werden onder andere gevoerd met groentenafval van de tuin. De mest werd gebruikt voor grondverbetering. In de herfst werd het varken verkocht voor de slacht, zodat de tuinder nog een goede bijverdienste had.


Oude Tuin zoals in 1650

Direct rechts van de tuindersschuur is een groententuin aangelegd zoals die in de 17e eeuw vaak voorkwam op de vele Westlandse buitenplaatsen. Daar werden toen in kleine vakjes allerlei soorten groenten geteeld bestemd voor de tafel van de eigenaar, zoals pastinaken, schorseneren, postelein, raapstelen, rammenas en warmoes (snijbiet). Een broeibak toont hier de eerste teelten onder glas.Verder staat hier een grote moerbeiboom (zwarte moerbei) en een kweepeer.

Bessenhoek

Hier staan rode, witte en zwarte bessen en rode kruisbessen aangeplant. Vooral de dubbele rode aalbessen werden vroeger massaal in het Westland geteeld. Ze werden vaak op speciale dagen, apart van andere producten, geveild. Veel bessen werden voor de fabricage van bessensap en jam verkocht. De bessenpluk viel in de maanden juli en augustus. Bij de pluk werd het hele tuindersgezin ingeschakeld. De tuinderskinderen moesten na schooltijd "spreeuwen hoeien" (verjagen).


Rachelschuur

In plaats van broei- of schietramen werden tegen nachtvorst ook wel rietmatten voor de uitlopende druiven geplaatst. Overdag en in de vorstvrije maanden van het jaar vonden de rietmatten een droog plaatsje in de rachelschuur. Een rachelschuur is een houten schuurtje met een pannendak, direct achter de muur om niet te ver te hoeven sjouwen met de vrij zware rietmatten. De planken sloten niet aaneen, maar lieten telkens evenveel tussenruimte als de planken breed waren, zodat de wind vrij spel had om alle rietmatten, houten voorwerpen en manden droog te maken en te houden. Bovendien was het een geschikte ruimtevoor het drogen van bijvoorbeeld peulvruchten.

Stenen muur

In de loop van de 18e eeuw worden er op de Westlandse tuinen eerst houten schuttingen en later stenen tuinmuren gebouwd. Aan de beschutte zuidkant van deze muren ontstond een gunstig klimaat en werden massaal druiven aangeplant, waardoor deze muren later vaak druivenmuren werden genoemd. Alle muren waren halfsteens en werden aan de achterzijde voorzien van steunberen. Tegen het inregenen van de muur was de bovenzijde afgedekt met een liggende of staande rollaag en pannen. De meeste muren hadden aan het einde nog een ronding om schadelijke draaiwinden te voorkomen.

Ter verhoging van de luwende werking waren achter  veel muren elzen geplant. Bij elkaar was deze windkering dan wel 4 meter hoog, waardoor aan de luwe, warme zijde een gunstig micro-klimaat ontstond voor de teelt van vroege en fijne fruitsoorten. In 1881 stond in het Westland bijna 180 kilometer druivenmuur. Aan dergelijke muren werden niet alleen druiven maar ook perziken, peren, pruimen en abrikozen geteeld.

In het voorjaar en bij slecht weer werden voor deze muren, ter bescherming van het fruit, zogenaamde schietramen geplaatst. Dat waren grote houten ramen, met daarin een aantal roeden met 9 of 12 kleine ruitjes, die naast elkaar schuin tegen de muur werden geplaatst.

Muur met lessenaar

Uit het gebruik van de losse schietramen voor de fruitmuur ontstonden de eerste muurkasjes. Deze kasjes werden  "lessenaar" genoemd omdat de veel schuinere stand van het glasraam deed denken aan een lessenaar van school. Oude foto's laten een grote verscheidenheid in modellen zien. In deze vaste muurkassen werden vooral druiven geteeld. Naast lessenaars met houten roeden kwamen ook al modellen voor met ijzeren roeden.


Muur met kopkas

In de eerste muurkassen was de binnenruimte beperkt. Men zocht en vond een verbeterde verhoogde versie, de zogenaamde 'kopkas'. Talloze modellen hebben er bestaan, want elke bouwer had zijn eigen plan, terwijl de wensen van de tuinder en de hoogte van de  bestaande muur ook een woordje meegesproken zullen hebben. Voor het bouwen van een kopkas werd de glaswand opgetrokken tot boven de muur. Oude muurkassen hadden bijna altijd buitenluchting. Met lange ijzers werden de luchtramen aan de koude zijde op de gewenste hoogte opengezet. Opwaaien tijdens storm kwam door die constructie niet voor. De kopkas kan beplant worden met komkommers of meloenen.