Start

Museum

Rondleiding Museum 

Historische Tuin

Informatie centrum

Bibliotheek

Blad Streekhistorie

Collectie_ansichtkaarten

Winkel

Tentoonstelling             

Nieuws

Links

Wisseltentoonstelling

Tentoonstelling “Westlandse Winkels”
Van 22 mei tot en met 5 december 2010 wordt in het Westlands Museum aan de Middel Broekweg 154 te Honselersdijk de tentoonstelling “Westlandse Winkels”, de geschiedenis van de Westlandse Middenstand, georganiseerd.
Deze expositie geeft een afwisselend beeld van de verschillende winkels in diverse Westlandse plaatsen in de periode van 1900 tot 1960. Heel veel foto’s, maar ook originele voorwerpen uit allerlei winkels laten zien hoe de Westlander vroeger zijn dagelijkse boodschappen deed. Van verschillende winkels is een reconstructie gemaakt met originele winkelinterieurs zoals toonbanken en etalagevitrines.
De bloei van de Middenstand begon pas in de 19de eeuw. Vóór die tijd kocht de bevolking de voor het huishouden benodigde waren op de verschillende jaar-, week- en dagmarkten. Ook werden veel waren aan de deur of op straat verkocht door marskramers en venters. Vissers, boeren en tuinders verkochten hun waren zelf, meestal op de markt, maar soms ook op straat en aan de deur. Door de industrialisatie groeide de bevolking en nam de welvaart toe. Hierdoor werden de productie en verkoop van producten gescheiden. Dit maakte de weg vrij voor het ontstaan van een gespecialiseerde tussenhandel, de detailhandel of winkel.
Rond 1900 was de bloeitijd van de zelfstandige middenstand, er ontstonden heel veel kleine winkeltjes. In de nieuwbouwwijken werd op elke hoek wel een winkel gesitueerd. De bevolking had nog nauwelijks de beschikking over transportmiddelen en daarom moest men de eerste levensbehoeften dicht bij huis kunnen kopen. Ook voor wat betreft de houdbaarheid van levensmiddelen moesten de lijnen kort zijn. Een gewoon volkshuishouden had nog niet de beschikking over koel- en bewaarruimte en daarom haalde men de levensmiddelen als het nodig was, bij de winkel om de hoek.
De levensmiddelen werden los verkocht in de winkels. Meel, bonen, suiker en rijst werden ter plekke afgewogen en in een papieren zak verpakt. Elke klant werd persoonlijk geholpen. Dit maakte het werk arbeidsintensief en daardoor moest men soms lang op zijn beurt wachten. Dit gaf ruimte voor meerdere winkels per sector. De bakker, groenteboer en melkboer verkochten huis aan huis en de kruidenier bezorgde de boodschappen bij de mensen thuis. Hier kwam pas verandering in omstreeks 1960 toen de eerste zelfbedieningszaken in het straatbeeld verschenen.
Alles was nu voorverpakt en de winkels waren vaak onderdeel van een grote winkelketen. Die konden bij fabrikanten grote kortingen bedingen en goedkoper werken dan de kleine zelfstandige middenstander. Dit luidde het einde in van de kleine zelfstandige winkelier, zij konden zich alleen nog handhaven door zich aan te sluiten bij een overkoepelende inkooporganisatie, of door zich te specialiseren in hoogstaande kwaliteit en service. De winkel op de hoek verdween, economisch voortbestaan was alleen mogelijk als de winkel gevestigd was in het centrum op een a-locatie.



Kruidenierswinkel van ’t Hart in Cruisbrouck te Naaldwijk, 1953.