|
Start
Museum
Rondleiding Museum
Historische Tuin
Informatie centrum
Bibliotheek
Blad Streekhistorie

Collectie_ansichtkaarten
Winkel
Tentoonstelling
Nieuws
Links
| |
Nieuws
Demonstraties ‘klokveilen’
Op zondag 1 augustus 2010 worden er in het Westlands Museum demonstraties
‘klokveilen’ georganiseerd. Producten uit de historische tuin van het museum
worden dan verkocht via de oude veilingklok.
De bezoekers van het Westlands Museum kunnen plaats nemen in de kopersbanken en
producten kopen op dezelfde manier als de kooplieden dat vroeger op de
Westlandse veilingen deden. Bij het 'afmijnen' kan men proberen een zo gunstig
mogelijke prijs te bereiken door op het juiste moment op de knop te drukken.
Het klokveilen is in het begin van de 20ste eeuw ingevoerd om strubbelingen
tussen de kooplui te voorkomen. Voordat men de veilingklok gebruikte werden de
tuinbouwproducten met de hand afgeslagen. De verkoper wees een te verkopen kavel
aan en riep dan heel snel achter elkaar een steeds lager wordende prijs. Als een
koopman de producten voor een bepaalde prijs wilde kopen riep hij 'mijn' als de
verkoper dat bedrag afriep. Nu kwam het vroeger nogal eens voor dat twee of meer
kooplieden tegelijkertijd 'mijn' riepen. Na invoering van de elektronische
veilingklok kon maar één koopman een bepaalde prijs afdrukken. Op het moment dat
iemand drukte blokkeerde de klok en kon niemand anders meer iets kopen. Het
nummer van de koopman die als eerste de knop ingedrukt had verscheen dan op het
paneel van de klok. Alle banken zijn genummerd, zodat elke bezoeker zijn eigen
kopersnummer heeft. Deze middag worden er o.a. sla, tomaten, kroten, peen,
bonen, komkommers, zomerappels, aalbessen, pruimen en meloenen geveild
Hartje zomer is de historische tuin van het museum een lust voor het oog en
daarom zeker een bezoek waard. Voor de jeugd is er een speurtocht door het
museum met een verrassing voor ieder die de goede oplossing weet te vinden.
Als wisseltentoonstelling is te zien “Westlandse Winkels”, de geschiedenis van
de Westlandse middenstand. Aan de hand van veel foto’s, oude gebruiksvoorwerpen
en delen van winkelinterieurs uit vroeger tijd is te zien waar de Westlander
vroeger zijn dagelijkse boodschappen haalde.

Afmijnzaal Veiling Sammersbrug tussen Wateringen en Rijswijk in 1950.
Beheerstichting Loswal “De Bonnen” schenkt zeldzaam boek
Beheerstichting Loswal “De Bonnen” schenkt zeldzaam boek over de Westlandsche
Stoomtramweg Maatschappij (WSM) aan het Westlands Museum.
Dit zeldzame boekwerk met als titel:
“Delft en het Westland”, feestuitgave ter herinnering aan de opening van de lijn
Maaslandschen Dam – Delft der Westlandsche Stoomtram-Maatschappij,
is uitgegeven te Delft op 1 oktober 1912 ter gelegenheid van de voltooiing van
de WSM spoorlijn door het Westland. De spoorlijn maakte vanuit Den
Haag-Loosduinen een ronde door het Westland, met aftakkingen naar Hoek van
Holland (via Monster en ’s-Gravenzande), Maassluis en Delft. In 1912 kwam de
aansluiting met Delft tot stand en was er op drie plaatsen aansluiting op het
landelijke spoornet. Behalve de gemeente Wateringen was nu elke Westlandse
gemeente per trein bereikbaar. Delft had zich jarenlang ingezet om een
spoorverbinding tussen Delft en het Westland tot stand te brengen, omdat ze
daarin voordeel zagen voor hun handelsbelangen. De Delftse winkeliers en
handelaren hoopten door een goede treinverbinding meer klanten uit het Westland
te trekken. Delft was van oudsher een belangrijke markt- en winkelstad voor het
Westland, maar zij waren de laatste jaren veel Westlandse klanten kwijtgeraakt
aan Den Haag, dat sinds 1882 een spoorverbinding had met Naaldwijk en
’s-Gravenzande.
Dit feestboekje bij de opening van de nieuwe spoorlijn werd dan ook uitgegeven
door de “Delftsche Handelsvereeniging”, die hiermee extra reclame wilde maken
voor Delft als winkel- en marktstad. In het boekje staan alle lijnen en
spoorverbindingen vermeldt en de dienstregeling en de bijbehorende tarieven van
het personen en goederenvervoer. In 1912 kostte een enkele reis Naaldwijk-Delft
30 cent en een retour 45 cent. Voor het vervoer van goederen tot 15 kg werd 15
cent berekend en voor iedere 10 kg extra kwam daar 5 cent bij.
Het boekje staat vol met advertenties van allerlei Delftse bedrijven en Winkels
met daartussendoor verhalen over de geschiedenis van Delft en alle Westlandse
plaatsen. Ook wordt er een verhaal verteld over de ontwikkeling van de WSM met
een beschrijving van alle lijnen. In het boek staat verder nog een kaartje met
het lijnennet van de WSM en een lijst met agenten waar men in alle Westlandse
dorpen goederen ter transport kon aanbieden.
Het boek werd te koop aangeboden op een boekenveiling van zeldzame historische
boeken in Haarlem. Beheerstichting Loswal “De Bonnen” heeft het daar voor het
Westlands Museum kunnen aankopen. Het boek is een prachtige aanwinst voor de
verzameling van het Westlands Museum waar het de komende tijd in een aparte
vitrine geëxposeerd zal worden.

WSM-station ’s-Gravenzande
Tentoonstelling “Westlandse Winkels”
Van 22 mei tot en met 5 december 2010 wordt in het Westlands Museum aan de
Middel Broekweg 154 te Honselersdijk de tentoonstelling “Westlandse Winkels”, de
geschiedenis van de Westlandse Middenstand, georganiseerd.
Deze expositie geeft een afwisselend beeld van de verschillende winkels in
diverse Westlandse plaatsen in de periode van 1900 tot 1960. Heel veel foto’s,
maar ook originele voorwerpen uit allerlei winkels laten zien hoe de Westlander
vroeger zijn dagelijkse boodschappen deed. Van verschillende winkels is een
reconstructie gemaakt met originele winkelinterieurs zoals toonbanken en
etalagevitrines.
De bloei van de Middenstand begon pas in de 19de eeuw. Vóór die tijd kocht de
bevolking de voor het huishouden benodigde waren op de verschillende jaar-,
week- en dagmarkten. Ook werden veel waren aan de deur of op straat verkocht
door marskramers en venters. Vissers, boeren en tuinders verkochten hun waren
zelf, meestal op de markt, maar soms ook op straat en aan de deur. Door de
industrialisatie groeide de bevolking en nam de welvaart toe. Hierdoor werden de
productie en verkoop van producten gescheiden. Dit maakte de weg vrij voor het
ontstaan van een gespecialiseerde tussenhandel, de detailhandel of winkel.
Rond 1900 was de bloeitijd van de zelfstandige middenstand, er ontstonden heel
veel kleine winkeltjes. In de nieuwbouwwijken werd op elke hoek wel een winkel
gesitueerd. De bevolking had nog nauwelijks de beschikking over
transportmiddelen en daarom moest men de eerste levensbehoeften dicht bij huis
kunnen kopen. Ook voor wat betreft de houdbaarheid van levensmiddelen moesten de
lijnen kort zijn. Een gewoon volkshuishouden had nog niet de beschikking over
koel- en bewaarruimte en daarom haalde men de levensmiddelen als het nodig was,
bij de winkel om de hoek.
De levensmiddelen werden los verkocht in de winkels. Meel, bonen, suiker en
rijst werden ter plekke afgewogen en in een papieren zak verpakt. Elke klant
werd persoonlijk geholpen. Dit maakte het werk arbeidsintensief en daardoor
moest men soms lang op zijn beurt wachten. Dit gaf ruimte voor meerdere winkels
per sector. De bakker, groenteboer en melkboer verkochten huis aan huis en de
kruidenier bezorgde de boodschappen bij de mensen thuis. Hier kwam pas
verandering in omstreeks 1960 toen de eerste zelfbedieningszaken in het
straatbeeld verschenen.
Alles was nu voorverpakt en de winkels waren vaak onderdeel van een grote
winkelketen. Die konden bij fabrikanten grote kortingen bedingen en goedkoper
werken dan de kleine zelfstandige middenstander. Dit luidde het einde in van de
kleine zelfstandige winkelier, zij konden zich alleen nog handhaven door zich
aan te sluiten bij een overkoepelende inkooporganisatie, of door zich te
specialiseren in hoogstaande kwaliteit en service. De winkel op de hoek
verdween, economisch voortbestaan was alleen mogelijk als de winkel gevestigd
was in het centrum op een a-locatie.

Kruidenierswinkel van ’t Hart in Cruisbrouck te Naaldwijk, 1953.
VSB Fonds Westland schenkt een schilderij aan het Westlands Museum
Het VSB Fonds Westland heeft onlangs een fraai schilderij geschonken aan het
Westlands Museum. Het schilderij betreft een portret van Alida Herckenrath, zij
was in het begin van de 19de eeuw bewoner van buitenplaats Geerbron te Monster.
Het portret is geschilderd door de nationaal en internationaal bekende schilder
J.W. Pieneman.
Jan Willem Pieneman (1779-1853) is een bekende schilder uit de zogenaamde
Hollandse school. Hij heeft o.a. een heel groot doek geschilderd van de slag bij
Waterloo, dit schilderij hangt nu in het Rijksmuseum te Amsterdam. Pieneman was
een persoonlijke vriend van Koning Willem II.
Het schilderij van Alida Herckenrath heeft Pieneman in 1836 vervaardigd. De
afgebeeldde persoon, Alida Herckenrath geboren Milius, was de vrouw van Gerardus
Herckenrath. Zij waren de bewoners van huis Geerbron te Monster. Hun zoon Leon
heeft waarschijnlijk opdracht gegeven om het schilderij te vervaardigen. Hij
kocht namelijk in 1835 de buitenplaats Geerbron van zijn moeder en misschien
heeft hij haar dit schilderij als aandenken cadeau gedaan. Op het schilderij is
Alida Herckenrath zittend afgebeeld in een kamer van Geerbron. Door het open
raam zien we op de achtergrond de kerktoren van Monster en op de voorgrond, in
de tuin van Geerbron is een familie afgebeeld, dit is vrijwel zeker Leon
Herckenrath met zijn gezin.
Leon was op 18-jarige leeftijd naar Amerika vertrokken om daar in South-Carolina
zijn geluk te beproeven. Met succes, want hij werd o.a. consul voor Nederland en
hij stichtte twee handelshuizen in New York en Charleston. In die laatste plaats
werd hij ernstig ziek, maar door de goede verzorging van een dochter van de
familie waar hij verbleef kwam hij er weer bovenop. De goede verzorging had
blijkbaar zo veel indruk gemaakt op Leon dat hij verliefd werd op dit meisje en
niet lang daarna zijn zij getrouwd. Deze dame, Juliette Maccormick de Magnan,
was van gemengd bloed. Haar vader was een Schot en haar moeder een kleurlinge
uit het Franstalige deel van de Verenigde Staten. Ondanks dat Leon Herckenrath
een hoge en invloedrijke positie had, werd een gemengd huwelijk in de zuidelijke
Verenigde Staten niet geaccepteerd. Daar waren toen strenge rassenwetten die
blanken verboden om met kleurlingen te trouwen. In 1835 zag Leon zich daardoor
gedwongen om met vrouw en kinderen naar Nederland te vertrekken en ging hij in
Monster op Geerbron wonen. Bij nauwkeurige bestudering van het schilderij zie je
dat de vrouw van de familie die door het raam te zien is, een bruine huidskleur
heeft. Dit kan niet anders dan Juliette Herckenrath-Maccormick zijn. Het
echtpaar zou uiteindelijk 15 kinderen krijgen. Verschillende van deze kinderen
overleden op jonge leeftijd. De Herckenraths waren katholiek en daarom werden de
overleden familieleden begraven op de katholieke begraafplaats in Poeldijk. Dit
was nogal ver van Geerbron en mogelijk daarom heeft Leon in het iets ten noorden
van Geerbron gelegen gebied ‘De Geest’ een grafkelder aan laten leggen om daar
de jong gestorven geliefde kinderen bij te zetten. Ook zijn moeder Alida
Herckenrath, die in 1844 was overleden, werd daar bijgezet (zij was eerst in
Poeldijk begraven). De grafkelder bestaat nog steeds, alleen is de kelder nu een
grafheuvel geworden, omdat ‘De Geest’ in de jaren 1930 is afgegraven. In de
kelder zijn totaal 14 personen bijgezet, de meesten van het gezin van Leon
Herckenrath.
Het schilderij, circa 90 cm bij 75 cm groot, techniek olieverf, is vorig jaar
gekocht op een veiling in de Verenigde Staten door een Nederlandse
kunsthandelaar. Deze bood het te koop aan het Westlands Museum en met hulp van
het VSB Fonds Westland heeft het museum dit schilderij kunnen verwerven. Het is
waarschijnlijk in de Verenigde Staten terecht gekomen via een dochter van Leon
Herckenrath. Virginie Herckenrath trouwde in 1853 met James de Fremery, die
afkomstig was uit ’s-Gravenzande, waar zijn familie de buitenplaats Ouwendijk
bewoonde. James de Fremery emigreerde naar de verenigde Staten waar hij in San
Francisco een succesvol zakenman werd. Waarschijnlijk hebben nazaten van hem het
schilderij op de veiling aangeboden. Na een lange omzwerving is het nu weer
thuis in het Westland, waarvoor dank aan het VSB Fonds.

Schilderij van Alida Herckenrath, foto Ron Nieuwenhuizen.
Virtuele rondleiding Westlands Museum
ZONDAGOPENINGEN WESTLANDS MUSEUM 2010
| 1 augustus |
demonstraties ‘Klokveilen’ verkoop tuinproducten via de veilingklok |
| 5 september |
jam maken, demonstraties bijenteelt en honingslingeren door de imker |
| 3 oktober |
verkoop van de druivenoogst uit de historische tuin via de oude
veilingklok |
| 7 november |
druiven eten in de kas, de laatste druiven van het seizoen worden
verkocht aan de bezoekers, die zelf een tros mogen uitzoeken waarna die
ter plekke voor ze van de boom worden gesneden |
| 5 december |
rondleidingen voor individuele bezoekers |
ZONDAGOPENINGEN WESTLANDS MUSEUM
Het Westlands Museum is op deze zondagen geopend van 13.00 tot 17.00 uur.
Buiten deze zondagopeningen is het museum het gehele jaar geopend van dinsdag
t/m zaterdag van 13.30 tot 17.00 uur.
Op officiële feestdagen is het museum gesloten.

|