Wisseltentoonsteling

Expositie: Wij Machteld, gravin van Holland…

Van 28 juli t/m 30 december 2018 is in het Westlands Museum een tentoonstelling te zien over het leven van gravin Machteld van Holland. Gravin Machteld heeft in de 13de eeuw een groot deel van haar leven in ´s-Gravenzande gewoond. Zij heeft veel betekend voor die plaats maar ook voor het Westland.

Machteld werd omstreeks 1198 geboren als dochter van Hendrik I van Brabant. Adellijke families sloten in de Middeleeuwen politieke huwelijken om zo hun macht te vergroten. Zij was in eerste instantie getrouwd met een neef van de Duitse keizer, maar in 1214 weduwe geworden. Nog datzelfde jaar werd zij door haar vader uitgehuwelijkt aan Floris IV van Holland die toen pas vier jaar oud was. In 1224 trouwden Machteld en Floris, maar zij hadden geen vaste woonplaats. Ze trokken van grafelijk bezit naar grafelijk bezit en woonden in kastelen in Leiden, Loosduinen en ´s-Gravenzande. Floris was een krijgszuchtig ridder en trok regelmatig ten strijde. Om zijn krachten met andere ridders te meten deed hij vaak mee aan een toernooi. In 1234 werd hij gedood tijdens een toernooi in Corbie in Noord-Frankrijk. Gravin Machteld werd nu voor de tweede keer weduwe en ging toen met haar kinderen in het grafelijk kasteel van ’s-Gravenzande wonen. Dit kasteel bevond zich ooit in de Poelpolder bij ’s-Gravenzande. Ongeveer 20 jaar geleden zijn daarvan sporen terug gevonden aan de Nieuwe Vaart.

Gravin Machteld heeft er voor gezorgd dat ´s-Gravenzande in 1238 een zelfstandige parochie werd en een eigen kerk kreeg. Ook nam zij samen met haar zoon Willem II het initiatief om gebieden in te polderen door het aanleggen van dijken. Zij hebben er o.a. voor gezorgd dat omstreeks 1240 de Maasdijk werd aangelegd, waardoor ´s-Gravenzande en het Westland beschermd werden tegen overstromingen. ´s-Gravenzande kreeg in 1246 stadsrechten van graaf Willem II, dit gebeurde op voorspraak van Machteld. Zij heeft dus veel betekend voor de streek en het is dan ook terecht dat er voor haar een beeld is opgericht in ’s-Gravenzande.

Aan de hand van foto´s, schilderijen en oude prenten wordt een beeld gegeven van het leven van gravin Machteld. Verder zijn er diverse archeologische vondsten te zien van de kerk, het begijnhof en het kasteel van ’s-Gravenzande.

De expositie is dagelijks te bezichtigen, van 13.00 – 17.00 uur, met uitzondering van de maandagen en officiële feestdagen.

Expositie Jaap Binnendijk

Vanaf zaterdag 24 maart is in het Westlands Museum een expositie over Jaap Binnendijk te bezichtigen. Deze tentoonstelling wordt georganiseerd door de Historische Vereniging Naaldwijk-Honselersdijk en vindt plaats in de Wagenschuur van het museum.

De in 1895 geboren Binnendijk was een enthousiaste amateurtekenaar die vele plekjes in het Westland heeft getekend. Zijn tekenstijl was opvallend gedetailleerd, waardoor vaak kleine elementen van gebouwen zijn terug te vinden. Vooral in de jaren 50 en 60 ging hij regelmatig op pad om mooie plekjes en herkenbare dorpsgezichten op papier te zetten.

Voor deze expositie zijn tekeningen van Jaap Binnendijk beschikbaar gesteld door de Oude Kerk in Naaldwijk, maar ook door vele particulieren. Ze geven een prachtig beeld weer van het Westland in vroeger tijden. Bij veel tekeningen is een foto van diezelfde situatie in deze tijd gevoegd, zodat bezoekers geholpen worden in het herkennen van de plek.

Westlandse Veilinggeschiedenis

Van 30 september 2017 tot en met 25 februari 2018 wordt in het Westlands Museum een tentoonstelling georganiseerd over de geschiedenis en de ontwikkeling van de Westlandse veilingen.

In vroeger tijd, tot ongeveer het eind van de 19de eeuw, moest de tuinder zijn producten zelf aan de man zien te brengen. Hij verkocht zijn groenten en fruit op de markt, wat de tuinder veel tijd kostte. Ook werden er overeenkomsten afgesloten met opkopers. Die gaven de tuinder een financieel voorschot, waardoor ze afhankelijk werden van deze kooplui. De eerste veiling in Nederland was in Broek op Langedijk op 29 juli 1887. De tuinders brachten hun producten naar een vaste plaats waar de opkopers stonden te wachten. Op genoemde datum was het aanbod groenten zó laag en de vraag zó groot dat men de groenten ging veilen. Dit beviel goed omdat er snel een reële, economische prijs gevormd werd als gevolg van vraag en aanbod. Niet lang na Broek op Langedijk gingen ook Westlandse tuinders veilingen organiseren, veelal in de dorpscafés. De eerste Westlandse veiling was in ’s-Gravenzand, in de Spaansche Vloot. De tuinders voerden hun producten in kleine hoeveelheden aan in het café, waar ze werden uitgestald op de stamtafel of het biljart. Zo ging het ook in de andere plaatsen. Al deze plaatselijke veilingen werkten als afdelingen samen in de Veilingvereniging Westland.

Vanaf 1889 ontstonden er zo in het Westland twaalf groenteveilingen en twee bloemenveilingen. In Loosduinen en Delft waren ook veilingen, maar die zijn nooit lid geworden van de veilingvereniging en later Bond Westland; zij waren onderdeel van de ‘Kring’. Zij gingen pas samen verder met de Westlandse veilingen na de veilingfusies die vanaf 1970 plaatsvonden. In het laatste decennium van de vorige eeuw verloren de groenteveilingen hun bestaansrecht en verenigden telers zich in telersverenigingen, zoals Harvest House en Door. Ook bij bloemenveiling FloraHolland is de rol van de fysieke klok (bijna) uitgespeeld. Dat betekent dat na 128 jaar het veilen ten einde is gekomen in het Westland.

In de tentoonstelling wordt door middel van historische foto’s een overzicht gegeven van het ontstaan van alle Westlandse veilingen. Verder zijn er allerlei voorwerpen en archiefstukken te zien . Er worden filmbeelden van de veilingen vertoond, die in de vorm van een compilatie te zien zijn op een groot beeldscherm. Het museum is dagelijks geopend van 13.00 – 17.00 uur, met uitzondering van maandagen en officiële feestdagen.

Expositie Verkeersweg 13

Nieuwe wegen in het Westland rond 1930

Vanaf zaterdag 11 maart is in het Westlands Museum de nieuwe tentoonstelling "Verkeersweg nr. 13" te bezichtigen. Deze expositie geeft een prachtig beeld van de aanleg van de verkeersweg die eind jaren ’20 van de vorige eeuw werd aangelegd om het Westland beter te ontsluiten.

De nieuwe weg sloot aan op het rijkswegenstelsel, spoorwegcentra en de haven van Hoek van Holland, zodat de Westlandse tuinbouwproducten sneller naar het buitenland vervoerd konden worden. De aanleg van deze weg droeg zo bij aan de groei van de export.

Voordien was het slecht gesteld met de wegen in het Westland. De wegen waren smal, soms nog onverhard en vol met kuilen, wat niet gunstig was voor het transport van de tuinbouwproducten. Verkeersweg 13 werd aangelegd in opdracht van Provinciale Waterstaat Zuid-Holland en kwam gereed in 1931. De weg liep van de Hoornbrug in Rijswijk, via Wateringen, Poeldijk, Monster en ‘s-Gravenzande naar de haven van Hoek van Holland. Tegelijk werden ook andere wegen verbeterd, waaronder die van ’s-Gravenzande via De Lier naar Delft, en de weg van Naaldwijk naar Wateringen.

Bij de opening van de weg werd door Provinciale Waterstaat een boekje uitgegeven over de totstandkoming van de weg waarin een overzicht is te zien van de toestand van de oude weg, het aanleggen van de nieuwe weg en het uiteindelijke resultaat. Al deze foto’s geven een fraai beeld van de verandering die het landschap in het Westland onderging in de eerste helft van de twintigste eeuw. Het boekje is zeldzaam omdat er maar weinig exemplaren van zijn vervaardigd. Zelfs in de provinciale archieven is het niet meer aanwezig omdat die tijdens het bombardement op het Bezuidenhout in Den Haag in maart 1945 verloren zijn gegaan.

Een origineel exemplaar is in het bezit van Mi-Tê van Noort-Goeijenbier uit Poeldijk. Haar grootvader Jacobus Goeijenbier was actief betrokken bij de aanleg van verkeersweg nr. 13. Hij was fruitteler van beroep maar was gevraagd als taxateur op te treden voor aan te kopen gronden en objecten. De weg moest immers niet alleen verbeterd, maar ook verbreed worden. Op sommige plaatsen werd de weg iets verlegd en ook daarvoor moest nogal wat grond aangekocht worden.

Dit boekje over de aanleg van de weg heeft Mi-Tê altijd geïntrigeerd en zij besloot het te gebruiken voor een kunstproject. Zij heeft de foto’s uit het boek vergroot en op een fijnzinnige en artistieke manier ingekleurd. Samen met een historische toelichting en recente foto’s van de weg heeft zij twaalf panelen samengesteld van verschillende plekken in het Westland. Zo belicht Mi-Tê ook de bruggen die zich in het wegtracé bevinden en gebouwd zijn in de stijl van de ‘Delftse school’. In al deze bruggen zijn fraaie tegeltableaus opgenomen van de kunstenaar Willem Coenraad Brouwer. Bij de recente restauratie van de bruggen zijn deze gelukkig bewaard gebleven.

De expositie wordt aangevuld met historische foto’s van de weg uit de collectie van het Westlands Museum. Zo ontstaat er een prachtig overzicht van de modernisering van de Westlandse infrastructuur in de jaren 1920 en 1930. De expositie is in de wagenschuur van het museum en duurt tot en met 25 juni 2017. Het museum aan de Middel Broekweg 154 te Honselersdijk, is dagelijks te bezoeken van 13.00 – 17.00 uur, met uitzondering van maandagen en officiële feestdagen.

Expositie "Archeologie van Molenslag"

Vanaf 15 oktober is in een nieuwe ruimte van het Westlands Museum een expositie te zien over de archeologische vondsten bij Molenslag. Die maken inzichtelijk dat de mens het terrein van de voormalige camping gedurende meer dan 2000 jaar heeft gebruikt. Naast materiaal dat eerder in de molen van Monster te zien was, zijn nu ook bijzondere vondsten van drie metaaldetectorzoekers te bezichtigen en een aantal urnen van het grafveld Solleveld.

Zeer bijzonder is dat het oostelijke deel van Molenslag in de Vroege Middeleeuwen (450-750) een paar honderd jaar lang bewoond is geweest. Op een andere plek in het terrein zijn resten van een erf uit de Late IJzertijd gevonden. Ook is veel materiaal gevonden uit de periode na 1400.

De camping Molenslag is in het kader van natuurherstel afgegraven tot de op het Oude Duinzand. Archeologische resten kwamen door het afgraven bloot te liggen. Metaaldectorzoekers zagen na de afgraving veel van die resten liggen en meldden dit bij de conservator van het Westlands Museum. Hij activeerde de amateurarcheologen van de AWN werkgroep 's-GRAVENhage. De werkgroep heeft samen met Westlanders en metaaldetectorzoekers het onderzoek georganiseerd, waarbij systematisch de archeologische resten zijn verzameld. Het materiaal is schoon gemaakt, gedetermineerd en beschreven. Het gaat om ca 12000 aardewerkscherven en 4000 overige vondsten. Ook is voor de gemeente Westland een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd door Archeologie Delft in opdracht van Dunea en de provincie Zuid Holland.  

Het meest bijzondere is de vondst van een concentratie van materialen nabij de Slaperdijk. Het betreft onder andere aardewerk uit de Vroege Middeleeuwen (450-750), maalsteenfragmenten, gouden en zilveren munten. Dit wijst er op dat er een kleine nederzetting van een of twee huizen heeft gestaan en handel in het gebied plaatsvond. Deze locatie bevindt zich 2,5 km zuidwestelijk van het Vroeg Middeleeuwse grafveld van Solleveld en 4 km van de handelsnederzetting Maasmuiden.

De expositie bestaat uit vijf posters en vier vitrines. De tentoonstelling is tot stand gekomen door een intensieve samenwerking van het Westlands Museum met de AWN werkgroep 's-GRAVENhage en de metaaldetectorzoekers Frans Lalleman, Martin Grootenhuis en Albert van der Broek. De expositie duurt tot en met 29 januari 2017.

U vindt het museum aan de Middel Broekweg 154 in Honselersdijk. Telefoon: 0174 – 62 10 84.

Expositie MONSTER destHEIJDS

Op zaterdag 10 september start de expositie "MONSTER destHEIJDS" in het Westlands Museum. Deze tentoonstelling over de dorpen Monster en Ter Heijde geeft een kijkje in de geschiedenis van beide kernen aan de hand van beeldmateriaal en voorwerpen. Thema’s als het vroegere straatbeeld, scheepsstrandingen, transport en middenstand komen aan de orde en zijn uitgebeeld in groot-formaat foto´s.

In vitrines zijn voorwerpen uitgestald die afkomstig zijn uit diverse opgravingen in en om Monster. Ook zijn er archiefstukken te bewonderen rond het thema bestuur.

De tentoonstelling, die in samenwerking met de werkgroep Oud-Monster wordt georganiseerd, duurt tot en met zondag 16 oktober. De openingstijden van het museum aan de Middel Broekweg 154 in Honselersdijk zijn dinsdag t/m zondag van 13.00 tot 17.00 uur. Kinderen en donateurs hebben gratis toegang.

U vindt het museum aan de Middel Broekweg 154 in Honselersdijk. Telefoon: 0174 – 62 10 84.

Expositie Jumping Jack Middelburg

Het Westlands Museum organiseert van 9 april t/m 28 augustus een expositie over één van de beroemdste motorsporters die ons land gekend heeft: Jack Middelburg

Deze geboren en getogen Naaldwijker, was al van jongs af aan bezig met brommers en motoren. Zijn motorsportcarrière begon in 1973, waarna hij in 1977 en 1978 Nederlands Kampioen werd in verschillende inhoudsklassen.

Dit was het begin van een veelbelovende internationale motorsportcarrière waarbij hij ook aan Grands Prix ging meedoen. In 1980 won hij de Dutch Grand Prix of TT van Assen in de 500 cc klasse. Door zijn gedurfde en spectaculaire rijstijl was hij zeer populair bij het grote publiek; hij had de bijnaam Jumping Jack. De grootste overwinning in zijn carrière was die op Silverstone: de Grand Prix van Engeland, waar hij in de laatste ronde wereldkampioen Kenny Roberts wist te verslaan.

Bij een race op het stratencircuit van Tolbert in Groningen op 1 april 1984 kwam Jack ten val en raakte hij zwaargewond. Aan deze verwondingen is hij twee dagen later in het ziekenhuis van Groningen overleden. De tentoonstelling wordt georganiseerd met medewerking van Jacky Middelburg jr. die veel materiaal uit zijn eigen verzameling ter beschikking stelt. Op de tentoonstelling laten we een overzicht van de sportieve carrière zien van Jack Middelburg aan de hand van foto’s en film- en videobeelden.

De expositie is dagelijks te bezichtigen, van 13.00 – 17.00 uur, met uitzondering van de maandagen en officiële feestdagen.

U vindt het museum aan de Middel Broekweg 154 in Honselersdijk. Telefoon: 0174 – 62 10 84.

Tentoonstelling Transport en Vervoer in het Westland

Gelijk met de officiële opening van het gerevitaliseerde Westlands Museum was ook de eerste tijdelijke tentoonstelling in de nieuwe ruimte te zien. Het onderwerp is Transport en Vervoer in het Westland door de eeuwen heen.We belichten daarin als eerste het vervoer per handkar en met paard en wagen en geven daarbij ook een overzicht van de eerste landwegen die sinds de Romeinse tijd in ons gebied zijn gebruikt voor het transport van mensen en goederen.

We belichten daarin als eerste het vervoer per handkar en met paard en wagen en geven daarbij ook een overzicht van de eerste landwegen die sinds de Romeinse tijd in ons gebied zijn gebruikt voor het transport van mensen en goederen.

Een belangrijk vervoermiddel in vroeger tijd was het schip. Het Westland heeft veel en goede waterwegen. Het gebied is doorsneden met vaarten en sloten. Voor de betrekkelijk smalle en ondiepe sloten werd een speciaal vaartuig ontwikkeld, de zogenaamde Westlander, die niet alleen in het Westland maar ook in andere gebieden in Nederland gebruikt werd. De grotere "Westlanders" hadden een zeil, een kleiner afgeleid type werd veel door tuinders gebruikt om hun producten naar de markt en veiling te brengen, de tuindersschuit. Daarvan zijn er in het verleden enkele duizenden geweest en die werden allemaal in de streek gebouwd. Vrijwel elk dorp had een scheepswerf waar die schuiten en "Westlanders" gebouwd werden.

Voor het vervoer van de tuinbouwproducten, vooral voor de export naar het buitenland was het een enorme verbetering toen er spoorlijnen werden aangelegd. In 1881 werd ook de regiotram WSM (Westlandsche Stoomtramweg Maatschappij) opgericht. De eerste tram reed op 1 mei 1883 van Den Haag naar Naaldwijk en op 14 augustus van datzelfde jaar werd ook de lijn Den Haag – ’s-Gravenzande geopend.

In de begintijd was er een onregelmatige dienstregeling die vooral gericht was op personenvervoer, maar er was ook transport van groenten en fruit. In 1899 werd een wetsontwerp bij de Tweede Kamer ingediend voor de verstrekking van een renteloos voorschot aan de WSM voor uitbreiding van haar spoorlijnen. De minister van Waterstaat, Ir. C. Lely vond dat deze uitbreiding het Westland uit zijn isolement zou verlossen en zo de tuinbouw een groter afzetgebied kon geven.

In 1903 begon de aanleg van een nieuwe lijn die het Westland aansloot op het landelijke spoorwegnet. Vanuit Den Haag en Loosduinen liep het spoor door het Westland om bij Hoek van Holland, Maassluis en Delft op het landelijke en internationale net aan te sluiten. De wagons konden zonder overladen naar Duitsland en andere bestemmingen in Europa rijden. Het nieuwe spoor kwam buiten de bebouwde kommen van de dorpen te liggen en kreeg directe aansluiting met vrijwel alle veilingen. Het veilingbestuur was hier groot voorstander van en subsidieerde de aanleg van het spoor.

Voor het personenvervoer kreeg de WSM snel na de uitbreiding van het spoorwegnet concurrentie van de autobus. Er waren diverse particuliere ondernemers die hier omstreeks 1920 mee begonnen. De belangrijkste daarvan was Piet Lipman uit Wateringen, die in 1918 een Duitse legerauto kocht en daarmee een autobusdienst begon onder de naam VIOS zo genoemd naar zijn al bestaande fietsenfabriek Vooruitgang Is Ons Streven. VIOS begon met de lijn Kwintsheul, Wateringen, station Rijswijk en breidde dit in 1922 uit met een ringlijn door het hele Westland. De WSM begon ook een busdienst voor het personenvervoer, het personenvervoer per tram werd in 1932 gestaakt. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de WSM het alleenrecht op personenvervoer in het Westland en moest de VIOS zich toeleggen op speciaal groepsvervoer per touringcar en vakantiereizen.

Het WSM goederenvervoer per tram kreeg steeds meer concurrentie van het transport over de weg en werd in 1967 beëindigd. Het vrachtwagen vervoer kwam op sinds de jaren 1920 als transportmiddel voor tuinbouwproducten. De wegen waren toen echter nog zó slecht dat dit voor de tuinbouw nog geen goede oplossing was. In 1930 werd er een nieuw provinciaal wegennet aangelegd, die op verschillende plaatsen aansloot op het rijkswegennet. De verbeterde wegen maakten het mogelijk dat de kwetsbare tuinbouwproducten voortaan ook over de weg vervoerd konden worden. Dit was een snellere manier van vervoer en flexibeler omdat de auto op plaatsen kon komen die voor een trein of schip onbereikbaar waren.