Wisseltentoonsteling

Expositie "Archeologie van Molenslag"

Vanaf 15 oktober is in een nieuwe ruimte van het Westlands Museum een expositie te zien over de archeologische vondsten bij Molenslag. Die maken inzichtelijk dat de mens het terrein van de voormalige camping gedurende meer dan 2000 jaar heeft gebruikt. Naast materiaal dat eerder in de molen van Monster te zien was, zijn nu ook bijzondere vondsten van drie metaaldetectorzoekers te bezichtigen en een aantal urnen van het grafveld Solleveld.

Zeer bijzonder is dat het oostelijke deel van Molenslag in de Vroege Middeleeuwen (450-750) een paar honderd jaar lang bewoond is geweest. Op een andere plek in het terrein zijn resten van een erf uit de Late IJzertijd gevonden. Ook is veel materiaal gevonden uit de periode na 1400.

De camping Molenslag is in het kader van natuurherstel afgegraven tot de op het Oude Duinzand. Archeologische resten kwamen door het afgraven bloot te liggen. Metaaldectorzoekers zagen na de afgraving veel van die resten liggen en meldden dit bij de conservator van het Westlands Museum. Hij activeerde de amateurarcheologen van de AWN werkgroep 's-GRAVENhage. De werkgroep heeft samen met Westlanders en metaaldetectorzoekers het onderzoek georganiseerd, waarbij systematisch de archeologische resten zijn verzameld. Het materiaal is schoon gemaakt, gedetermineerd en beschreven. Het gaat om ca 12000 aardewerkscherven en 4000 overige vondsten. Ook is voor de gemeente Westland een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd door Archeologie Delft in opdracht van Dunea en de provincie Zuid Holland.  

Het meest bijzondere is de vondst van een concentratie van materialen nabij de Slaperdijk. Het betreft onder andere aardewerk uit de Vroege Middeleeuwen (450-750), maalsteenfragmenten, gouden en zilveren munten. Dit wijst er op dat er een kleine nederzetting van een of twee huizen heeft gestaan en handel in het gebied plaatsvond. Deze locatie bevindt zich 2,5 km zuidwestelijk van het Vroeg Middeleeuwse grafveld van Solleveld en 4 km van de handelsnederzetting Maasmuiden.

De expositie bestaat uit vijf posters en vier vitrines. De tentoonstelling is tot stand gekomen door een intensieve samenwerking van het Westlands Museum met de AWN werkgroep 's-GRAVENhage en de metaaldetectorzoekers Frans Lalleman, Martin Grootenhuis en Albert van der Broek. De expositie duurt tot en met 29 januari 2017.

U vindt het museum aan de Middel Broekweg 154 in Honselersdijk. Telefoon: 0174 – 62 10 84.

Expositie MONSTER destHEIJDS

Op zaterdag 10 september start de expositie "MONSTER destHEIJDS" in het Westlands Museum. Deze tentoonstelling over de dorpen Monster en Ter Heijde geeft een kijkje in de geschiedenis van beide kernen aan de hand van beeldmateriaal en voorwerpen. Thema’s als het vroegere straatbeeld, scheepsstrandingen, transport en middenstand komen aan de orde en zijn uitgebeeld in groot-formaat foto´s.

In vitrines zijn voorwerpen uitgestald die afkomstig zijn uit diverse opgravingen in en om Monster. Ook zijn er archiefstukken te bewonderen rond het thema bestuur.

De tentoonstelling, die in samenwerking met de werkgroep Oud-Monster wordt georganiseerd, duurt tot en met zondag 16 oktober. De openingstijden van het museum aan de Middel Broekweg 154 in Honselersdijk zijn dinsdag t/m zondag van 13.00 tot 17.00 uur. Kinderen en donateurs hebben gratis toegang.

U vindt het museum aan de Middel Broekweg 154 in Honselersdijk. Telefoon: 0174 – 62 10 84.

Expositie Jumping Jack Middelburg

Het Westlands Museum organiseert van 9 april t/m 28 augustus een expositie over één van de beroemdste motorsporters die ons land gekend heeft: Jack Middelburg

Deze geboren en getogen Naaldwijker, was al van jongs af aan bezig met brommers en motoren. Zijn motorsportcarrière begon in 1973, waarna hij in 1977 en 1978 Nederlands Kampioen werd in verschillende inhoudsklassen.

Dit was het begin van een veelbelovende internationale motorsportcarrière waarbij hij ook aan Grands Prix ging meedoen. In 1980 won hij de Dutch Grand Prix of TT van Assen in de 500 cc klasse. Door zijn gedurfde en spectaculaire rijstijl was hij zeer populair bij het grote publiek; hij had de bijnaam Jumping Jack. De grootste overwinning in zijn carrière was die op Silverstone: de Grand Prix van Engeland, waar hij in de laatste ronde wereldkampioen Kenny Roberts wist te verslaan.

Bij een race op het stratencircuit van Tolbert in Groningen op 1 april 1984 kwam Jack ten val en raakte hij zwaargewond. Aan deze verwondingen is hij twee dagen later in het ziekenhuis van Groningen overleden. De tentoonstelling wordt georganiseerd met medewerking van Jacky Middelburg jr. die veel materiaal uit zijn eigen verzameling ter beschikking stelt. Op de tentoonstelling laten we een overzicht van de sportieve carrière zien van Jack Middelburg aan de hand van foto’s en film- en videobeelden.

De expositie is dagelijks te bezichtigen, van 13.00 – 17.00 uur, met uitzondering van de maandagen en officiële feestdagen.

U vindt het museum aan de Middel Broekweg 154 in Honselersdijk. Telefoon: 0174 – 62 10 84.

Tentoonstelling Transport en Vervoer in het Westland

Gelijk met de officiële opening van het gerevitaliseerde Westlands Museum was ook de eerste tijdelijke tentoonstelling in de nieuwe ruimte te zien. Het onderwerp is Transport en Vervoer in het Westland door de eeuwen heen.We belichten daarin als eerste het vervoer per handkar en met paard en wagen en geven daarbij ook een overzicht van de eerste landwegen die sinds de Romeinse tijd in ons gebied zijn gebruikt voor het transport van mensen en goederen.

We belichten daarin als eerste het vervoer per handkar en met paard en wagen en geven daarbij ook een overzicht van de eerste landwegen die sinds de Romeinse tijd in ons gebied zijn gebruikt voor het transport van mensen en goederen.

Een belangrijk vervoermiddel in vroeger tijd was het schip. Het Westland heeft veel en goede waterwegen. Het gebied is doorsneden met vaarten en sloten. Voor de betrekkelijk smalle en ondiepe sloten werd een speciaal vaartuig ontwikkeld, de zogenaamde Westlander, die niet alleen in het Westland maar ook in andere gebieden in Nederland gebruikt werd. De grotere "Westlanders" hadden een zeil, een kleiner afgeleid type werd veel door tuinders gebruikt om hun producten naar de markt en veiling te brengen, de tuindersschuit. Daarvan zijn er in het verleden enkele duizenden geweest en die werden allemaal in de streek gebouwd. Vrijwel elk dorp had een scheepswerf waar die schuiten en "Westlanders" gebouwd werden.

Voor het vervoer van de tuinbouwproducten, vooral voor de export naar het buitenland was het een enorme verbetering toen er spoorlijnen werden aangelegd. In 1881 werd ook de regiotram WSM (Westlandsche Stoomtramweg Maatschappij) opgericht. De eerste tram reed op 1 mei 1883 van Den Haag naar Naaldwijk en op 14 augustus van datzelfde jaar werd ook de lijn Den Haag – ’s-Gravenzande geopend.

In de begintijd was er een onregelmatige dienstregeling die vooral gericht was op personenvervoer, maar er was ook transport van groenten en fruit. In 1899 werd een wetsontwerp bij de Tweede Kamer ingediend voor de verstrekking van een renteloos voorschot aan de WSM voor uitbreiding van haar spoorlijnen. De minister van Waterstaat, Ir. C. Lely vond dat deze uitbreiding het Westland uit zijn isolement zou verlossen en zo de tuinbouw een groter afzetgebied kon geven.

In 1903 begon de aanleg van een nieuwe lijn die het Westland aansloot op het landelijke spoorwegnet. Vanuit Den Haag en Loosduinen liep het spoor door het Westland om bij Hoek van Holland, Maassluis en Delft op het landelijke en internationale net aan te sluiten. De wagons konden zonder overladen naar Duitsland en andere bestemmingen in Europa rijden. Het nieuwe spoor kwam buiten de bebouwde kommen van de dorpen te liggen en kreeg directe aansluiting met vrijwel alle veilingen. Het veilingbestuur was hier groot voorstander van en subsidieerde de aanleg van het spoor.

Voor het personenvervoer kreeg de WSM snel na de uitbreiding van het spoorwegnet concurrentie van de autobus. Er waren diverse particuliere ondernemers die hier omstreeks 1920 mee begonnen. De belangrijkste daarvan was Piet Lipman uit Wateringen, die in 1918 een Duitse legerauto kocht en daarmee een autobusdienst begon onder de naam VIOS zo genoemd naar zijn al bestaande fietsenfabriek Vooruitgang Is Ons Streven. VIOS begon met de lijn Kwintsheul, Wateringen, station Rijswijk en breidde dit in 1922 uit met een ringlijn door het hele Westland. De WSM begon ook een busdienst voor het personenvervoer, het personenvervoer per tram werd in 1932 gestaakt. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de WSM het alleenrecht op personenvervoer in het Westland en moest de VIOS zich toeleggen op speciaal groepsvervoer per touringcar en vakantiereizen.

Het WSM goederenvervoer per tram kreeg steeds meer concurrentie van het transport over de weg en werd in 1967 beëindigd. Het vrachtwagen vervoer kwam op sinds de jaren 1920 als transportmiddel voor tuinbouwproducten. De wegen waren toen echter nog zó slecht dat dit voor de tuinbouw nog geen goede oplossing was. In 1930 werd er een nieuw provinciaal wegennet aangelegd, die op verschillende plaatsen aansloot op het rijkswegennet. De verbeterde wegen maakten het mogelijk dat de kwetsbare tuinbouwproducten voortaan ook over de weg vervoerd konden worden. Dit was een snellere manier van vervoer en flexibeler omdat de auto op plaatsen kon komen die voor een trein of schip onbereikbaar waren.